Geef fietsers de ruimte bij de Kersenbaan

Door de aanleg van de Kersenbaan zullen er meer auto’s door de Everard Meysterweg rijden, veel meer. De Everard Meysterweg is ook onderdeel van het hoofdfietsnetwerk. Gaat dat wel samen? GroenLinks wil dat de honderden fietsers die daar elke dag langskomen veilig over de Everard Meysterweg kunnen rijden. Dat vraagt om brede fietsstroken. Misschien moeten daar parkeerplaatsen worden opgeofferd, maar zeg nu zelf, wat heeft u liever: 15 parkeerplaatsen in de Everard Meysterweg of veilig fietsverkeer? GroenLinks kiest voor het laatste.

Komende dinsdag 3 maart kiest de raad een variant voor de Kersenbaan. Wordt het variant 5+ (volledig tweerichtingenverkeer met hier en daar snelheidsremmende maatregelen) of variant 4+ (eenrichtingsverkeer op de Everard Meysterweg vlakbij de Roethofrotonde)? Welke variant het ook wordt, er zal meer autoverkeer komen en dat brengt de veiligheid van het fietsverkeer in gevaar.

Volgens de aanbevelingen van CROW Fietsberaad moet een fietsstrook altijd breed genoeg zijn voor minimaal twee fietsers naast elkaar, zodat fietsers elkaar veilig kunnen passeren en ouders jonge kinderen naast zich kunnen laten fietsen. Concreet betekent dit dat een fietsstrook bij voorkeur 2 tot 2,5 meter breed is. Het absolute minimum is 1,7 meter, uitgaande van minimaal 0,5 meter vrije ruimte aan de rechterzijde van de strook. Fietsstroken die naast een parkeerstrook liggen hebben echter geen vrije ruimte aan de rechterkant, en dus zouden fietsstroken naast een parkeerstrook minimaal 1,7 + 0,5 meter = 2,2 meter breed moeten zijn om voor fietsveiligheid te kunnen zorgen.

Verder moeten de rijstroken voor het autoverkeer zo breed zijn dat auto’s en vrachtauto’s geen gebruik hoeven te maken van de fietsstrook, anders wordt het alsnog gevaarlijk. Ook nu al worden fietsers gesneden door auto´s die uitwijken voor tegemoetkomend vrachtverkeer, of opzij gedrukt naar geparkeerd auto´s.

In het raadsvoorstel worden enkele mogelijkheden voor de inrichting van de Everard Meijsterweg en de Daltonstraat gegeven waarbij uitgegaan wordt van fietsstroken van 1,8 of 2 meter. Dat is niet veilig. Daarom vraagt GroenLinks in een wijzigingsvoorstel (amendement) om fietsstroken van 2,2 meter breed als ze naast een parkeerstrook liggen. Om dat te kunnen realiseren zouden misschien wel enkele parkeerplaatsen moeten worden opgeofferd.

De fietsersbond is positief over ons amendement maar de verschillende bewoners van de Everard Meysterweg niet. Zij willen geen parkeerplaatsen opgeven. De straat zou volgens hen een racebaan worden omdat de rijstroken voor auto’s en vrachtauto’s dusdanig breed zijn dat ze geen gebruik hoeven te maken van de fietsstroken om elkaar te passeren.  In die redenering worden fietsers dus als snelheidsremmend middel voor auto’s gebruikt.

En GroenLinks zou met het amendement voor de auto kiezen. Ook zou GroenLinks alle bomen willen kappen. Laat er geen misverstanden over bestaan: GroenLinks kiest voor de fiets, niet voor de auto. We willen geen auto’s op de fietsstroken, en dus moet die rijstrook voor de auto breed genoeg zijn. In vergelijking met de inrichtingsmogelijkheden uit het raadsvoorstel willen we met ons amendement de autostroken dus niet breder maken, maar we willen ook niet dat de autostroken smaller worden dan is voorgesteld (om ruimte te winnen voor bredere fietsstroken), want dat is gevaarlijk voor de fiets omdat de auto’s dan over de fietsstrook moeten om elkaar te passeren. Ook zijn we natuurlijk niet voor het kappen van bomen, en dat is ook helemaal niet nodig om brede fietsstroken te realiseren. Ons amendement bepaald dus niet de daadwerkelijke inrichting van de straat, het geeft een belangrijke randvoorwaarde. Het definitieve ontwerp van de straat wordt namelijk samen met bewoners en de fietsersbond bepaald. We willen wel een garantie voor de fietsveiligheid, en dat is voor GroenLinks belangrijker dan parkeerplaatsen. Zonder garantie voor de fietsveiligheid (dus brede fietsstroken) wordt het voor GroenLinks zeer moeilijk de volledige tweerichtingenvariant zoals het college voorstelt te steunen.