In de webshop voor buitenspeelgoed bestel je draagbare stoepranden. ‘Wie kent dit niet uit zijn jeugd’, staat er bij. Stoepranden, zeker een leuk spel! Maar anno 2023 kun je de bal alleen nog tegen kunststof stoepranden met een handig handvat mikken, want langs en op de echte stoeprand staan auto’s geparkeerd.

De plek die de auto inneemt in onze openbare ruimte is enorm. Niet alleen als de auto rijdt, maar ook als hij stil staat en dat is 90 procent van de tijd. Woonstraten waar auto’s en bedrijfsbussen op ieder leeg plekje staan. Het autobezit in onze gemeente is hoog en in een groeiende stad zullen we daar iets aan moeten doen om Amersfoort leefbaar te houden.

Plaatje van website om draagbare stoeprand te kopen

Het knelt natuurlijk al langer op straat. In de wijken in de buurt van Amersfoort Centraal en het centrum bestaat al vergunningparkeren, om vreemdparkeerders op afstand te houden. Maar de vreemdparkeerder is inventief en laat zich zo makkelijk niet afschrikken. Net buiten de zone parkeren en dan hup het vouwfietsje uit de klep. Dat geldt overigens niet alleen voor forensen en mensen die in het centrum werken. Inwoners die net buiten de rand van een zone wonen, zien hun straat elke dag vollopen met de auto’s van hun buren uit het vergunninggebied. Waarom zou je ook 90 euro betalen voor een vergunning als je de (tweede) auto gratis om de hoek op de stoep kwijt kunt?

In de afgelopen jaren hebben we voortdurend te maken gehad met een waterbedeffect. Waar een vergunninggebied kwam omdat bewoners daarom vroegen, verplaatste de overlast zich naar een stukje verder, tot ongenoegen van inwoners die daarvoor geen problemen ervoeren. Het huidige parkeerbeleid is niet meer houdbaar, heeft de politiek een aantal jaren geleden al vastgesteld.

“ Inwoners die net buiten de rand van een zone wonen, zien hun straat elke dag vollopen met de auto’s van hun buren uit het vergunningsgebied. ”

En nu dan?        

In het coalitieakkoord hebben we afgesproken dat we iets willen doen aan het bezit van tweede en derde auto’s. Die geven namelijk de druk op de wijken en daarmee de leefbaarheid. Alternatieven zoals lopen, de fiets, openbaar vervoer en deelvervoer moeten beter worden benut. Daar zet het college nu op in, met onze steun.

In het nieuwe parkeerbeleid stelt het college voor de gehele gemeente tot vergunninggebied te benoemen. Dat gaat in stappen en zal uiteindelijk pas tegen 2040 de gehele gemeente omvatten. Terwijl deze aanpak wordt ingezet, worden tegelijkertijd de alternatieven op orde gebracht. Bewoners kunnen een vergunning krijgen, die voor de eerste auto betaalbaar blijft. ‘Het bezit van een eerste auto zal altijd mogelijk en betaalbaar blijven’, schrijft het college. (Zie Concept Deelomgevingsprogramma Parkeren 2040 deel 1 (1390330) (notubiz.nl)). De eerste auto kan – in de bestaande wijken - ook altijd in de buurt van de woning worden geparkeerd, schrijft het college. Het zijn de tweede en derde auto’s die in de vergunning duurder worden en die bij voorkeur in parkeerhubs worden geparkeerd.

Wij staan achter dit beleid. Een tweede en derde auto, het gaat simpelweg niet in onze wijken. Bij voorkeur kiezen onze inwoners straks vaker voor een alternatief, zoals een deelauto of de fiets. Over de prijs van de vergunning willen we het gesprek nog graag aangaan. Een bewonersvergunning kost nu ongeveer 90 euro per jaar, de prijs van een volle tank benzine. We zouden kunnen kijken naar het tarief om de stap van gratis naar betaald, haalbaarder te maken. De eerste vergunning gratis zou dan wel een flink hoog tarief voor de tweede auto moeten opleveren. De opbrengst van de vergunningen moeten bewoners in hun omgeving kunnen terugzien, vinden wij. We doen dit immers om de leefbaarheid te vergroten, dat moet merkbaar zijn. Meer ruimte in de straat voor groen, voor prettig wandelen en fietsen, voor een speel- of sportparkje. En ruimte om te stoepranden, tegen een échte stoeprand.